In een bankroetprobleem is er een hoeveelheid geld die verdeeld moet worden onder een aantal schuldeisers. De beschikbare hoeveelheid geld geven we aan met E (van het Engelse woord 'estate'), de groep van schuldeisers noteren we met N={1,…,n}, we nummeren dus de schuldeisers van 1 tot en met n en de vector c=(c1,…,cn) is een vector van bedragen die geëist worden door de n schuldeisers. Het i-de element van de vector c, aangegeven met ci, is het bedrag dat geëist wordt door de i-de schuldeiser en noemen we ook wel de claim van schuldeiser i.
Definitie: Een bankroetprobleem wordt beschreven door een drietal (N,E,c), waarbij N={1,2,…,n} de verzameling van schuldeisers is, E het beschikbare bedrag dat onder deze schuldeisers verdeeld moet worden en c=(c1,…,cn) de vector met de bedragen die door de verschillende schuldeisers geclaimd worden. Er geldt dat n∑i=1ci>E, dus het totale bedrag dat geclaimd wordt, is groter dan het beschikbare bedrag.