Elke vergelijking met variabele x kan herschreven worden door alle termen naar de linkerkant van het gelijkteken te brengen: het ``op nul stellen'' van de vergelijking. Op die manier krijgen we
f(x)=0,
waarbij f(x) een uitdrukking is in termen van x.
Voorbeeld 1: We stellen de volgende vergelijking op nul: 2x+7=3x+8.
2x+7=3x+8⇔−x−1=0.
Voorbeeld 2: We stellen de volgende vergelijking op nul: x2−3=5x−7.
x2−3=5x−7⇔x2−5x+4=0.
f(x)=0,
waarbij f(x) een uitdrukking is in termen van x.
Voorbeeld 1: We stellen de volgende vergelijking op nul: 2x+7=3x+8.
2x+7=3x+8⇔−x−1=0.
Voorbeeld 2: We stellen de volgende vergelijking op nul: x2−3=5x−7.
x2−3=5x−7⇔x2−5x+4=0.