Beschouw onderstaande matricx, vectoren en constante termen.
A=(20131−10−4−2),v_=(310),w_=(−111),c=2,d=4
Bepaal Acv_+Adw_.
A=(20131−10−4−2),v_=(310),w_=(−111),c=2,d=4
Bepaal Acv_+Adw_.
Antwoord 1 correct
Correct
Antwoord 2 optie
Acv_+Adw_=(22−10−12)
Antwoord 2 correct
Fout
Antwoord 3 optie
Acv_+Adw_=(2234−28)
Antwoord 3 correct
Fout
Antwoord 4 optie
Acv_+Adw_=(3042−60)
Antwoord 4 correct
Fout
Antwoord 1 optie
Acv_+Adw_=(88−32)
Antwoord 1 feedback
Correct: cv_=(620)
dw_=(−444)
cv_+dw_=(264)
A(cv_+dw_)=(88−32)
Ga door.
dw_=(−444)
cv_+dw_=(264)
A(cv_+dw_)=(88−32)
Ga door.
Antwoord 2 feedback
Antwoord 3 feedback
Fout: Je moet niet Adv_+Acw_ bepalen.
Probeer de opgave nogmaals.
Probeer de opgave nogmaals.
Antwoord 4 feedback