Laat S en T twee verzamelingen zijn.
Definities:
- De vereniging van S en T bestaat uit alle elementen die ofwel in S zitten, ofwel in T of in allebei, en wordt genoteerd met S∪T.
- De doorsnede van twee verzamelingen S en T, genoteerd met S∩T, bevat alle elementen die zowel in de verzameling S als in de verzameling T liggen.
Voorbeeld: Laat S={1,3}, T={2,4} en V={1,2} drie verzamelingen zijn. Dan geldt vervolgens: S∪T={1,2,3,4}, S∪V={1,2,3}, S∩V={1} en S∩T=∅.