We lossen de volgende ongelijkheid op: |x5|1. Om deze ongelijkheid op te lossen stellen we de vergelijking eerst op nul:

|x5|1|x5|10.

Het oplossen van de bijbehorende vergelijking levert op x=4 of x=6 (Zie Voorbeeld 1). Deze getallen verdelen het domein van de functie f, met f(x)=|x5|1, in drie delen: (,4), (4,6) en (6,). (Voor uitleg over intervalnotatie zie Intervalnotatie.)Uit f(0)=4, f(5)=1 en f(10)=4 volgt het onderstaande tekenoverzicht.



Uit het tekenoverzicht lezen we af dat de oplossing van de ongelijkheid wordt gegeven door x4 of x6.