Beschouw de matrices A en B.

A=(5),B=(4132).

Welke van de volgende twee beweringen zijn waar?
  1. A is een vierkante matrix.
  2. B is een vector.
geen van beiden
1 en 2
1
2
Beschouw de matrices A en B.

A=(5),B=(4132).

Welke van de volgende twee beweringen zijn waar?
  1. A is een vierkante matrix.
  2. B is een vector.
Antwoord 1 correct
Correct
Antwoord 2 optie
2
Antwoord 2 correct
Fout
Antwoord 3 optie
1 en 2
Antwoord 3 correct
Fout
Antwoord 4 optie
geen van beiden
Antwoord 4 correct
Fout
Antwoord 1 optie
1
Antwoord 1 feedback
Correct:
  1. A is een 1×1 matrix en dus vierkant.
  2. B is een 1×4 matrix en dus geen vector.
Ga door.
Antwoord 2 feedback
Fout: Merk op dat B geen 4×1 matrix is.

Zie Extra uitleg: speciale matrices.
Antwoord 3 feedback
Fout: Merk op dat B geen 4×1 matrix is.

Zie Extra uitleg: speciale matrices.
Antwoord 4 feedback
Fout: Merk op dat A een 1×1 matrix is.

Zie Extra uitleg: speciale matrices.