Stelling: Laat (N,v) een coöperatief spel zijn. Dan geldt I(v)v(N)iNv({i}).


Bewijs: Merk op dat de stelling in feite uit twee beweringen bestaat. De eerste bewering is dat als de imputatieverzameling van een spel (N,v) niet leeg is, dan geldt dat v(N)v({1})+v({2})++v({n}). De tweede bewering is dat als voor een spel (N,v) geldt dat v(N)v({1})+v({2})++v({n}) dan geldt I(v).

We beginnen met het bewijs van de eerste bewering. Laat (N,v) een spel zijn zodanig dat I(v). Er bestaat dus een verdeling x=(x1,x2,,xn) waarvoor geldt dat
x1+x2++xn=v(N)

en voor elke speler iN geldt dat
xiv({i}).

Combineren we deze gelijkheid en ongelijkheden dan volgt dat
v(N)=x1+x2++xnv({1})+v({2})++v({n}),

wat de eerste bewering bewijst.

We bewijzen nu de tweede bewering. Laat (N,v) een spel zijn zodanig dat v(N)v({1})+v({2})++v({n}). We bewijzen dat de verdeling x=(v({1}),v({2}),,v({n1}),v(N)v({1})v({2})v({n1}))

in de imputatieverzameling ligt. Merk op dat x1+x2++xn=v(N),

en xiv({i})
voor alle i=1,,n1. We moeten nog bewijzen dat xnv({n}). Maar uit de aanname v(N)v({1})+v({2})++v({n})
volgt door herschrijven
v(N)v({1})v({2})v({n1})v({n}),
wat precies aantoont dat xnv({n}).