Beschouw de functie y(x)=5x2−3x+10. Wat is de afgeleide van deze functie in x=1?In het plaatje hieronder kun je de grafiek van de functie y(x) zien en ook de lijn die raakt aan de grafiek in het punt (x,y)=(1,12). Deze lijn wordt de raaklijn genoemd. De afgeleide van y(x) in het punt x=1 geeft de richtingscoëfficiënt van de raaklijn.
Om een idee te krijgen van de waarde van de afgeleide in het punt x=1, zullen we eerst het differentiequotiënt voor steeds kleiner wordende waarden van Δx berekenen; we gebruiken hierbij dat y(1)=5⋅12−3⋅1+10=12.
Δxy(1+Δx)ΔyΔx24646−122=1712424−121=121216341634−1212=91211012341234−12110=7121100121412000121412000−121100=7120
Hoe dichter Δx bij 0 komt, des te dichter komt het differentiequotiënt bij 7. Maar betekent dit nu ook dat y′(1)=7? Dat gaan we nu wiskundig laten zien. We berekenen het differentiequotiënt met startwaarde 1 en verandering Δx:
(y(1+Δx)−y(1)Δx=5(1+Δx)2−3(1+Δx)+10−12Δx=5(1+2Δx+(Δx)2)−3(1+Δx)−2Δx=5+10Δx+5(Δx)2−3−3Δx−2Δx=5(Δx)2+7ΔxΔx=5Δx+7.
Als nu Δx naar 0 gaat, dan zal het differentieqoutiënt naar 5⋅0+7=7 gaan, dus de afgeleide van y(x) in het punt x=1 is inderdaad y′(1)=7.