Het driepersoonsspel (N,v) van Coöperatief spel: Voorbeeld 3 is gegeven in onderstaande tabel.

S {1} {2} {3} {1,2} {1,3} {2,3} N
v(S) 100 0 400 900 1600 1200 2400

De extreme punten van de core zijn (1200,800,400), (100,800,1500), (900,0,1500) en (1200,0,1200). Omdat deze vectoren core-elementen zijn, weten we dat ze voldoen aan de ongelijkheden die volgen uit de tweede conditie van de core:

x1100,x20,x3400,x1+x2900,x1+x31600,x2+x31200.

Wanneer we nu de extreme punten bekijken, dan zien we dat bij ieder van deze punten minstens twee van de zes ongelijkheden gelden met een gelijkteken. We zeggen ook wel dat de bijbehorende voorwaarde bindend is.

Bijvoorbeeld voor het punt (1200,800,400) geldt x3=400, x1+x3=1600 en x2+x3=1200, alle andere ongelijkheden zijn niet bindend. En voor het punt (900,0,1500) geldt dat x2=0 en x1+x2=900, alle andere ongelijkheden zijn niet bindend.

Ga zelf na dat ook voor (100,800,1500) en (1200,0,1200) tenminste twee van de ongelijkheden bindend zijn.