We bepalen het snijpunt tussen de grafiek van de functie y(x)=5x+3 en de grafiek van de functie z(x)=−4x.
5x+3=−4x⇔9x+3=0⇔9x=−3⇔x=−39⇔x=−13.
z(−13)=−4⋅−13=43. (Uiteraard geldt ook y(−13)=5⋅−13+3=43.)
Het snijpunt is dus (−13,43).
5x+3=−4x⇔9x+3=0⇔9x=−3⇔x=−39⇔x=−13.
z(−13)=−4⋅−13=43. (Uiteraard geldt ook y(−13)=5⋅−13+3=43.)
Het snijpunt is dus (−13,43).