Definitie: Als F(x) een primitieve is van f(x), dan is de integraal van de functie f(x) over het interval [a,b], genoteerd als baf(x)dx, gedefinieerd door
baf(x)dx=F(b)F(a).

In plaats van F(b)F(a) noteren we meestal [F(x)]x=bx=a.

Merk op dat we bij het berekenen van de integraal van een functie f(x) slechts één (van de oneindig veel) mogelijke primitieve functies F(x)+c nodig hebben. Voor de eenvoud kiezen we daarom meestal c=0.

Voorbeeld 1
21(3x2+2)dx=[x3+2x]x=2x=1=(23+22)(13+21)=123=9.

Voorbeeld 2
104exdx=[4ex]x=1x=0=(4e1)(4e0)=4e4=4(e1).

Voorbeeld 3
831x+1dx=[2x+1]x=8x=3=(29)(24)=64=2.