Introductie: De functie z(x,y) is een functie van twee variabelen. We kunnen dus niet meer spreken van de afgeleide van z(x,y), maar moeten aangeven of we de partiële afgeleide naar x of naar y bedoelen, ofwel z′x(x,y) of z′y(x,y).
Een functie van één variabele is convex als de afgeleide toeneemt, ofwel als de tweede afgeleide niet-negatief is. Een zelfde redenering gaat op voor een functie van twee variabelen. We dienen nu echter de tweede partiële afgeleiden van z(x,y) te bekijken, ofwel z″xx(x,y), z″yy(x,y) en z″xy(x,y)=z″yx(x,y).
Of een functie van twee variabelen convex of concaaf is, is afhankelijk van het teken van de criteriumfunctie
C(x,y)=z″xx(x,y)z″yy(x,y)−(z″xy(x,y))2.
Tweede orde criterium voor een convexe/concave functie
Een functie waarvoor C(x,y)<0 is convex noch concaaf.
Een functie van één variabele is convex als de afgeleide toeneemt, ofwel als de tweede afgeleide niet-negatief is. Een zelfde redenering gaat op voor een functie van twee variabelen. We dienen nu echter de tweede partiële afgeleiden van z(x,y) te bekijken, ofwel z″xx(x,y), z″yy(x,y) en z″xy(x,y)=z″yx(x,y).
Of een functie van twee variabelen convex of concaaf is, is afhankelijk van het teken van de criteriumfunctie
C(x,y)=z″xx(x,y)z″yy(x,y)−(z″xy(x,y))2.
Tweede orde criterium voor een convexe/concave functie
- Als C(x,y)≥0, z″xx(x,y)≥0 en z″yy(x,y)≥0 op een gebied, dan is de functie z(x,y) convex op het gebied.
- Als C(x,y)≥0, z″xx(x,y)≤0 en z″yy(x,y)≤0 op een gebied, dan is de functie z(x,y) concaaf op het gebied.
Een functie waarvoor C(x,y)<0 is convex noch concaaf.