Beschouw de functie z(x,y)=3x2+2xy+y3 met x0 en y1.

Voor de eerste orde partiële afgeleiden geldt
  1. zx(x,y)=6x+2y;
  2. zy(x,y)=2x+3y2.
Voor de tweede orde partiële afgeleiden geldt
  1. zxx(x,y)=6;
  2. zyy(x,y)=6y;
  3. zxy(x,y)=zyx(x,y)=2.
Hieruit volgt de criteriumfunctie C(x,y)=66y(2)2=36y4.

Aangezien C(x,y)0, zxx(x,y)0 en zyy(x,y)0, voor x0 en y1, volgt uit het tweede orde criterium dat de functie z(x,y) convex is op het gebied waar x0 en y1.