Bepaal p zodanig dat 23log(5)3log(10)+3log(4)+3log(1)=3log(p)
p=4
p=0
p=20
p=10
Bepaal p zodanig dat 23log(5)3log(10)+3log(4)+3log(1)=3log(p)
Antwoord 1 correct
Correct
Antwoord 2 optie
p=20
Antwoord 2 correct
Fout
Antwoord 3 optie
p=4
Antwoord 3 correct
Fout
Antwoord 4 optie
p=0
Antwoord 4 correct
Fout
Antwoord 1 optie
p=10
Antwoord 1 feedback
Correct: 23log(5)3log(10)+3log(4)+3log(1)=3log(52)3log(10)+3log(4)+3log(1)=3log(25)3log(10)+3log(4)+3log(1)=3log(254110)=3log(10).

Dus p=10.

Ga door.
Antwoord 2 feedback
Fout: 3log(25)3log(10)+3log(4)+3log(1)3log(2510+4+1).

Zie Eigenschappen logaritmische functies.
Antwoord 3 feedback
Fout: 23log(5)3log(25).

Zie Eigenschappen logaritmische functies.
Antwoord 4 feedback
Fout: 3log(25)3log(10)+3log(4)+3log(1)3log(104010).

Zie Eigenschappen logaritmische functies.