Schrijf de volgende uitdrukking als één logaritme: log(2x)+3⋅log(y)−log(1y)−log(z2).
Antwoord 1 correct
Correct
Antwoord 2 optie
log(6xz2)
Antwoord 2 correct
Fout
Antwoord 3 optie
log(2x+y3−1y−z2)
Antwoord 3 correct
Fout
Antwoord 4 optie
log(2xy2z2)
Antwoord 4 correct
Fout
Antwoord 1 optie
log(2xy4z2)
Antwoord 1 feedback
Correct: log(2x)+3⋅log(y)−log(1y)−log(z2)=log(2x)+log(y3)−log(1y)−log(z2)=log(2x)+log(y3)+log(y)−log(z2)=log(2xy4z2)
Ga door.
Ga door.
Antwoord 2 feedback
Antwoord 3 feedback
Antwoord 4 feedback