De indifferentiekromme in het punt (x,y)=(1,1) heeft de waarde
U(1,1)=2⋅113⋅123=2.
Als we U(x,y)=2 herschrijven naar y(x), krijgen we (zie Voorbeeld 2):
y(x)=1√x=x−12.
We moeten nu dus de raaklijn aan de functie y(x) bepalen in het punt x=1. De algemene vorm voor de raaklijn is
t(x)=ax+b,
waarbij a de richtingscoëfficiënt van de raaklijn is en b het snijpunt met de y-as. Als t(x) een raaklijn is van y(x) in het punt x=1, dan moet gelden dat:
(1) y(1)=t(1)en(2) y′(1)=t′(1).
We beginnen met (2):
y′(x)=−12x−12−1=−12x√xy′(1)=−12⋅1⋅√1=−12t′(x)=at′(1)=a.
Met andere woorden: a=−12, oftewel t(x)=−12x+b.We gebruiken nu (1) om b te bepalen:
y(1)=1√1=1t(1)=−12⋅1+b=−12+b
Er geldt nu tenslotte dat
1=−12+b,dusb=1+12=32.
De raaklijn aan de indifferentiekromme van U(x,y)=2x13y23 in het punt (1,1) is dus gelijk aan:
t(x)=−12x+32.
Gegeven is de functie U(x,y)=2x13y23. Bepaal de raaklijn aan de indifferentiekromme van U(x,y) in het punt (x,y)=(1,1).