Gegeven is de nutsfunctie
U(x,y)=6√xy.
Een consument heeft 100 van goed x en 2.25 van goed y. Zijn nut is dus
U(100,2.25)=6√100⋅2.25=6√225=6⋅15=90.
Wat zal zijn nut bij benadering zijn als hij 1 meer heeft van goed x en 0.2 minder van goed y?
Volgens de benadering van de verandering in de functiewaarde geldt dat
ΔU≈U′x(x,y)Δx+U′y(x,y)Δy.
Er is gegeven dat
(x,y)=(100,2.25),Δx=1enΔy=−0.2.
We moeten nu dus nog de partiële afgeleiden bepalen in het punt (x,y)=(100,2.25):
U(x,y)=6√xy=6x12y12U′x(x,y)=6⋅12⋅x−12y12=3√yxU′x(100,2.25)=3√2.25100=0.45U′y(x,y)=6⋅12⋅x12y−12=3√xyU′y(100,2.25)=3√1002.25=20
De verandering in de functiewaarde is dan bij benadering
ΔU≈0.45⋅1+20⋅(−0.2)=−3.55.
De functiewaarde daalt dus bij benadering naar 90−3.55=86.45.
U(x,y)=6√xy.
Een consument heeft 100 van goed x en 2.25 van goed y. Zijn nut is dus
U(100,2.25)=6√100⋅2.25=6√225=6⋅15=90.
Wat zal zijn nut bij benadering zijn als hij 1 meer heeft van goed x en 0.2 minder van goed y?
Volgens de benadering van de verandering in de functiewaarde geldt dat
ΔU≈U′x(x,y)Δx+U′y(x,y)Δy.
Er is gegeven dat
(x,y)=(100,2.25),Δx=1enΔy=−0.2.
We moeten nu dus nog de partiële afgeleiden bepalen in het punt (x,y)=(100,2.25):
U(x,y)=6√xy=6x12y12U′x(x,y)=6⋅12⋅x−12y12=3√yxU′x(100,2.25)=3√2.25100=0.45U′y(x,y)=6⋅12⋅x12y−12=3√xyU′y(100,2.25)=3√1002.25=20
De verandering in de functiewaarde is dan bij benadering
ΔU≈0.45⋅1+20⋅(−0.2)=−3.55.
De functiewaarde daalt dus bij benadering naar 90−3.55=86.45.