Gegeven is de functie y(x)=ln(x2+1). Bepaal de richtingscoëfficiënt van de raaklijn aan de grafiek van y(x) in het punt (3,ln(10)).
De gevraagde coëfficiënt is de afgeleide van y(x) in x=3. Om y′(x) te bepalen, hebben we de kettingregel nodig en zullen we y(x) dus moeten schrijven als u(v(x)). We kiezen hierbij v(x)=x2+1 en u(v)=ln(v). Nu kunnen we y′(x) en dus y′(3) gaan bepalen:
v′(x)=2x+0=2xu′(v)=1vy′(x)=u′(v(x))⋅v′(x)=1v(x)⋅2x=2xx2+1y′(3)=2⋅332+1=610=35.
De richtingscoëfficiënt van de raaklijn aan de grafiek van y(x) in het punt (3,ln(10)) is dus y′(3)=35.
De gevraagde coëfficiënt is de afgeleide van y(x) in x=3. Om y′(x) te bepalen, hebben we de kettingregel nodig en zullen we y(x) dus moeten schrijven als u(v(x)). We kiezen hierbij v(x)=x2+1 en u(v)=ln(v). Nu kunnen we y′(x) en dus y′(3) gaan bepalen:
v′(x)=2x+0=2xu′(v)=1vy′(x)=u′(v(x))⋅v′(x)=1v(x)⋅2x=2xx2+1y′(3)=2⋅332+1=610=35.
De richtingscoëfficiënt van de raaklijn aan de grafiek van y(x) in het punt (3,ln(10)) is dus y′(3)=35.