We berekenen de waarde van de integraal ∫1−∞(2x+e2x)dx.
Uit de lijst met primitieven van elementaire functies volgt dat 2x/ln2 een primitieve is van 2x en dat 12e2x een primitieve is van e2x. Passen we de somregel toe dan zien we dat F(x)=2x/ln2+12e2x een primitieve is van f(x)=2x+e2x.
Om de oneigenlijke integraal ∫1−∞(2x+e2x)dx op te lossen, vervangen we de oneindige grens door een variabele grens t en lossen de resulterende integraal op.
∫1t(2x+e2x)dx=[2x/ln2+12e2x]x=1x=t=(2/ln2+12e2)−(2t/ln2+12e2t).
Aangezien 2t→0 en e2t→0 als t→∞, volgt dat
(2/ln2+12e2)−(2t/ln2+12e2t)→(2/ln2+12e2)−(0+0).
Conclusie: ∫1−∞(2x+e2x)dx=2/ln2+12e2.
Uit de lijst met primitieven van elementaire functies volgt dat 2x/ln2 een primitieve is van 2x en dat 12e2x een primitieve is van e2x. Passen we de somregel toe dan zien we dat F(x)=2x/ln2+12e2x een primitieve is van f(x)=2x+e2x.
Om de oneigenlijke integraal ∫1−∞(2x+e2x)dx op te lossen, vervangen we de oneindige grens door een variabele grens t en lossen de resulterende integraal op.
∫1t(2x+e2x)dx=[2x/ln2+12e2x]x=1x=t=(2/ln2+12e2)−(2t/ln2+12e2t).
Aangezien 2t→0 en e2t→0 als t→∞, volgt dat
(2/ln2+12e2)−(2t/ln2+12e2t)→(2/ln2+12e2)−(0+0).
Conclusie: ∫1−∞(2x+e2x)dx=2/ln2+12e2.