Beschouw de functie f(x)=−x2+4. Bepaal de oppervlakte ingesloten door f(x) en de x-as en de lijnen x=0 en x=3.
Antwoord 1 correct
Correct
Antwoord 2 optie
3
Antwoord 2 correct
Fout
Antwoord 3 optie
5
Antwoord 3 correct
Fout
Antwoord 4 optie
513
Antwoord 4 correct
Fout
Antwoord 1 optie
723
Antwoord 1 feedback
Correct: Merk op dat de functie f(x) nulpunten heeft voor x=−2 en x=2. Op het interval [0,3] wisselt de functie dus één keer van teken. Er geldt f(x)≥0 voor 0≤x≤2 en f(x)≤0 voor 2≤x≤3. De gevraagde oppervlakte bestaat dus uit twee delen: O1 en O2 waarvoor geldt:
O1=∫20f(x)dxO2=−∫32f(x)dx
Dit levert O1+O2=(513)+(213)=723.
Ga door.
O1=∫20f(x)dxO2=−∫32f(x)dx
Dit levert O1+O2=(513)+(213)=723.
Ga door.
Antwoord 2 feedback
Antwoord 3 feedback
Antwoord 4 feedback
Fout. Let op dat je de integraal over het gehele interval [0,3] berekent en niet alleen over het deelinterval [0,2].
Zie voorbeeld opsplitsen interval.
Zie voorbeeld opsplitsen interval.